ECLI:NL:PHR:2026:873
Parket bij de Hoge Raad · 15-09-2026 · zaaknummer 24/04826
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Doodslag (art. 287 Sr) en voorhanden hebben vuurwapen en munitie (art. 26 WWM). 1. Beroep op putatief en/of extensief noodweer(exces). Hof heeft vastgesteld dat (i) verdachte het slachtoffer na eerdere confrontatie (bewust) heeft opgewacht en met medebrenging van een vuurwapen opnieuw confrontatie heeft gezocht, (ii) dat kort daarna een achtervolging heeft plaatsgevonden waarbij slachtoffer achter vriend van verdachte aanrende en de verdachte op zijn beurt het slachtoffer achterna zat en (iii) dat verdachte – nadat zijn vriend straat reeds was overgestoken en slachtoffer stil bleef staan – een schot op het slachtoffer heeft afgevuurd. Verdediging heeft zich op standpunt gesteld dat slachtoffer voorafgaand aan achtervolging mes heeft getrokken en schreeuwend achter vriend verdachte is aangerend, zodat sprake was van ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van vriend van verdachte. Hof heeft gedragingen van verdachte als aanvallend aangemerkt en tot uitdrukking gebracht dat standpunt verdediging niet van enig belang is voor beoordeling van beroep op putatief en/of extensief noodweer(exces). AG meent dat hof hiermee in het midden heeft gelaten of – voorafgaand aan de achtervolging – een (nieuwe) situatie is ontstaan waarin sprake was van ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding van vriend van verdachte. Die vraag is volgens AG wel relevant voor beoordeling van het verweer. Het middel is terecht voorgesteld. 2. Afwijzing verzoek tot nader onderzoek naar camerabeelden. Hof heeft aan afwijzing ten grondslag gelegd dat de vraag of slachtoffer op eng moment mes in zijn handen had toen hij werd neergeschoten, niet relevant is voor beroep op putatief en/of extensief noodweer(exces). Die afwijzing is – gelet op bespreking eerste middel – ontoereikend gemotiveerd. 3. Klachten over strafoplegging. 4. Beslissing tot opheffing van schorsing voorlopige hechtenis. Volgens AG ontbreekt belang bij bespreking van klacht, nu arrest o.g.v. eerste en tweede middel moet worden vernietigd. AG maakt opmerkingen over praktische uitwerking van vernietiging in cassatie van beslissing tot opheffing van schorsing voorlopige hechtenis. De veronderstelling dat eerdere schorsing van voorlopige hechtenis na vernietiging en terugwijzing in cassatie meteen herleeft, klopt volgens AG niet. 5. Inzendtermijn. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/04718.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
