ECLI:NL:PHR:2026:838
Parket bij de Hoge Raad · 22-09-2026 · zaaknummer 25/00634
Inhoudsindicatie
Conclusie A-G. Verkrachting en poging tot doodslag op echtgenote. M1 dat hof niet heeft gerespondeerd op standpunt dat het voor verdachte onmogelijk was om woning te verlaten, mist feitelijke grondslag. M2 dat hof ten onrechte reiskosten van medereiziger in aanmerking heeft genomen bij toewijzen van materiële schadevergoeding, faalt. M3 dat hof ten onrechte de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade heeft bepaald op 12 december 2021 (dag vh strafbaar feit), terwijl die schade in ieder geval gedeeltelijk pas op een of meer latere tijdstippen is ontstaan, is terecht voorgesteld. Conclusie strekt tot vernietiging voor zover daarin de aanvangsdatum van de wettelijke rente ten onrechte is bepaald op 12 december 2021 en tot een zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de HR gepast zal voorkomen, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
