ECLI:NL:HR:2026:773
Hoge Raad · 19-05-2026 · zaaknummer 23/03375
Inhoudsindicatie
Strafbepaling, art. 423.4 Sv. Na veroordeling in eerste aanleg t.z.v. medeplegen telen van grote hoeveelheid hennepplanten (art. 3.B jo. 11.2 en 11.5 Opiumwet, feit 3) en medeplegen aanwezig hebben van hennep (art. 3.C Opiumwet, feit 5) tot gevangenisstraf van 6 maanden, is in hoger beroep alleen feit 3 aan de orde, heeft hof de verdachte t.z.v. feit 3 veroordeeld tot gevangenisstraf van 6 maanden en heeft hof de straf voor feit 5 bepaald op gevangenisstraf van 5 weken. Is strafbepaling begrijpelijk? Als bij samenloop van feiten door Rb 1 hoofdstraf is uitgesproken en h.b. niet is gericht tegen vonnis als geheel, maar slechts tegen beslissing van Rb over een of meer van die feiten, moet hof (in geval van vernietiging t.a.v. sanctieoplegging) o.g.v. art. 423.4 Sv voor niet aan zijn oordeel onderworpen feiten sanctie ‘bepalen’. Dit betekent dat hof moet bepalen welk gedeelte van hoofdstraf en/of bijkomende straf(fen) en/of maatregel(en) geacht moet(en) worden door eerste rechter te zijn opgelegd voor feit dat, of feiten die, niet aan oordeel van hof is/zijn onderworpen. Het staat hof niet vrij daarbij omstandigheden te betrekken die in e.a. niet aan orde zijn geweest (vgl. HR:2010:BK3202). Het staat hof wel vrij bij toepassing van art. 423.4 Sv andere strafsoort toe te passen dan waartoe verdachte in e.a. is veroordeeld (vgl. HR:1962:125). Bij ‘bepalen van straf’ o.g.v. art. 423.4 Sv gaat het niet om ‘oplegging van straf of maatregel’ a.b.i. art. 350 Sv. Motiveringsvoorschriften van art. 359.2, 359.5 en 359.6 Sv zijn op ‘bepalen van straf’ daarom niet van toepassing (vgl. HR:2000:AA5734). In cassatie kan ‘strafbepaling’ wel op begrijpelijkheid worden getoetst. Bij die toetsing kan betekenis toekomen aan wat verdediging en OM bij onderzoek ttz. over ‘strafbepaling’ hebben aangevoerd. Hof heeft oplegging van gevangenisstraf van 6 maanden voor feit 3 gemotiveerd. Daartoe heeft hof o.m. overwogen dat Rb “voor wat betreft hennepteelt” is gekomen tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. Daarnaast heeft hof voor feit 5 straf bepaald op 5 weken gevangenisstraf. Die ‘strafbepaling’ is niet begrijpelijk. Daarbij is van belang dat Rb voor feit 3 en voor feit 5 gezamenlijk gevangenisstraf van 6 maanden heeft opgelegd. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging en strafbepaling en terugwijzing.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
