ECLI:NL:HR:2026:767
Hoge Raad · 19-05-2026 · zaaknummer 23/04977
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag door tijdens vrijgezellenavond voor café een ander met kapotgeslagen glas in zijn hals te raken, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklachten daderschap van verdachte en opzet. Blijkt uit bewijsvoering dat aangever het letsel heeft opgelopen door toedoen van verdachte en dat verdachte dit letsel opzettelijk heeft toegebracht? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft zijn vaststelling in bewijsvoering dat “verdachte door zijn handelen de aangever met kapot glas in nek, zijnde achterste gedeelte van hals, heeft geraakt”, uit bewijsmiddelen kunnen afleiden. Stelling dat ‘s hofs bewijsvoering de mogelijkheid openlaat dat letsel (in zijn geheel) door ander is veroorzaakt, is daarmee ook onjuist. Uit bewijsvoering volgt bovendien genoegzaam dat bij verdachte voorwaardelijk opzet heeft bestaan op dood van aangever, nu daaruit blijkt dat verdachte onder invloed van alcohol in richting van menigte aan elkaar duwende en trekkende mensen is gelopen, terwijl hij in zijn hand voor zich uit houdend bierglas hield dat hij zelf (bewust) tegen tafelrand had stukgeslagen. Volgt verwerping.
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
