ECLI:NL:HR:2026:62
Hoge Raad · 16-01-2026 · zaaknummer 24/02973
Inhoudsindicatie
Vermogensrecht; verjaring. Erfrecht (art. 4:54 BW; art. 4:59 BW; art. 4:60 BW). Erfgenaam verleende via thuiszorgorganisatie zorg aan erflater vanaf 2014 en trouwde met hem in 2016. Kinderen van erflater vorderen verklaring voor recht dat erfgenaam op grond van art. 4:59 lid 1 BW geen rechten kan ontlenen aan testament uit 2015. Aanvallend of afwerend beroep op vernietigbaarheid testamentaire making (art. 3:51 lid 3 BW)? BIG-registratie vereist voor uitoefening beroep in de individuele gezondheidszorg in de zin van art. 4:59 BW? Peilmoment voor beoordeling of uitzondering voor echtgenoot zich voordoet. Dient voor toepassing van art. 4:60 lid 2 BW samenwonende met wie erflater affectieve relatie had, met echtgenoot gelijkgesteld te worden?
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
