ECLI:NL:HR:2026:1351
Hoge Raad · 18-08-2026 · zaaknummer 24/02907
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr), medeplegen voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik (art. 1.2.2.1 Vuurwerkbesluit jo. 9.2.2.1 Wet milieubeheer), voorhanden hebben van munitie (art. 26.1 WWM) en voorhanden hebben van jammer (art. 10.9.1 (oud) Telecommunicatiewet). Cumulatie van straffen. Strafoplegging in strijd met art. 9.4 Sr, nu aan verdachte gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, is opgelegd in combinatie met taakstraf van 240 uren? Opvatting dat bij beantwoording van vraag of combinatie van straffen in strijd is met art. 9.4 Sr niet van belang is hoe lang verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, is juist. Onder “onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel” wordt verstaan onvoorwaardelijk deel van de door rechter opgelegde gevangenisstraf. Voor het bepalen of “onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen deel” ten hoogste 6 maanden bedraagt, is dus niet van belang of en, zo ja, in hoeverre bij tul van dat onvoorwaardelijke deel o.g.v. art. 27.1 Sr tijd die eventueel in inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering zal worden gebracht. Hof heeft aan verdachte een gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. Daarnaast heeft hof de verdachte een taakstraf van 240 uren opgelegd. Totale strafoplegging is in strijd met art. 9.4 Sr. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. strafoplegging. Samenhang met 24/02906 P en 24/02853 P.
Advocaten
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
