Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law

ECLI:NL:HR:2026:1265

Hoge Raad · 14-07-2026 · zaaknummer 26/00980

StrafrechtGepubliceerd 10-07-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Prejudiciële beslissing HR, art. 553 Sv. Nareisfraude. Valsheid in geschrift door i.h.k.v. nareisprocedure in Turkije op formulier “Bijlage Verklaring burgerlijke staat” van IND gegevens te vermelden die onjuist zouden zijn, art. 225.1 Sr. Beantwoording van vraag of Nederland o.g.v. art. 4.d Sr rechtsmacht heeft in geval als dit waarin het gaat om het in buitenland valselijk opmaken of vervalsen van IND-formulier ten behoeve van nareisprocedure. HR beantwoordt deze vraag ontkennend. Hoewel art. 4.d Sr met formulering “tegen een Nederlandse overheidsinstelling” geen nauw afgebakend bereik heeft, moet o.g.v. wetsgeschiedenis bij art. 4 Sr, i.h.b. memorie van toelichting, worden aangenomen dat deze bepaling betrekking heeft op specifieke tegen Nederlandse overheid gepleegde valsheidsdelicten en niet op geval als dit waarin IND-formulier valselijk is opgemaakt of is vervalst. In dat verband is van belang dat uit die wetsgeschiedenis naar voren komt dat wetgever met invoering van huidig art. 4 Sr geen inhoudelijke wijziging heeft beoogd t.o.v. voorganger van deze bepaling. In memorie van toelichting staat dat het in voorgesteld nieuw art. 4 Sr gaat om “misdrijven die (van oudsher) in art. 4.1 tot en met 4.6 Sr zijn opgenomen”, waarbij die onderdelen in wetsvoorstel telkens één op één zijn overgenomen als onderdelen 4.a tot en met 4.f. Slechts onderdelen 4.3 en 4.4 zijn nader aangepast in die zin dat zij in nieuwe formuleringen onder 4.c en 4.d (overeenkomstig andere onderdelen van zowel oude als nieuwe regeling) delicten waarop zij betrekking hebben niet in woorden omschrijven, maar door verwijzing naar betreffende strafbepaling. Tegen die achtergrond moet het ervoor worden gehouden dat verwijzing naar art. 225 Sr in art. 4.d Sr, overeenkomstig inhoud van daarvoor geldend art. 4.4 (oud) Sr, betrekking heeft op valsheid van specifieke, door overheidsinstelling uitgegeven geschriften die op zichzelf zekere economische waarde vertegenwoordigen, zoals in die oude bepaling opgesomde “schuldbrieven of certificaten van schuld van Nederlandse staat of van Nederlandse provincie, gemeente of openbare instelling, talons, dividend- en rentebewijzen tot deze stukken behorende, en bewijzen, uitgegeven i.p.v. deze stukken”. Alleen in art. 4.d Sr opgenomen beperking tot uitsluitend die gevallen waarin valsheidsdelict “is gepleegd tegen Nederlandse overheidsinstelling” moet daarom in die beperkte zin worden verstaan. Gelet op deze aan art. 4.d Sr te geven uitleg, moet vraag of Nederland o.g.v. art. 4.d Sr rechtsmacht heeft in geval als dit waarin het gaat om het in buitenland valselijk opmaken of vervalsen van IND-formulier ten behoeve van nareisprocedure, ontkennend worden beantwoord. Verwijzing naar art. 225 Sr in art. 4.d Sr breidt Nederlandse rechtsmacht slechts uit tot buiten Nederland begane valsheidsdelicten m.b.t. specifieke, door overheidsinstelling uitgegeven geschriften die op zichzelf zekere economische waarde vertegenwoordigen in hiervoor bedoelde zin. HR merkt nog op dat voorgaande alleen ziet op beantwoording van vraag of Nederlandse strafwet o.g.v. art. 4.d Sr van toepassing is als tll. is toegesneden op misdrijf van art. 225.1 Sr. Of Nederlandse strafwet van toepassing is op ander strafbaar feit dat in relatie tot zo’n geschrift is begaan, zoals gebruik van geschrift (art. 225.2 Sr), hangt af van concrete omstandigheden van geval. Daarbij is van belang dat als plaats waar misdrijf van art. 225.2 Sr is begaan mede moet worden aangemerkt plaats waar geschrift is ingeleverd of waarnaar het is toegezonden (vgl. HR:1993:ZC9346). Bevindt die plaats zich in Nederland, dan heeft Nederland rechtsmacht o.g.v. art. 2 Sr. HR beantwoordt prejudiciële vragen.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.