ECLI:NL:HR:2026:1258
Hoge Raad · 14-07-2026 · zaaknummer 24/00145
Inhoudsindicatie
Invoer van harddrugs, art. 2.A Opiumwet. “Extract-arrest” van hof en ontbrekende bewijsmiddelen, art. 359.3 en 359.8 Sv. Heeft hof in zijn uitspraak gebruikte b.m. opgenomen? Bij stukken bevindt zich “extract-arrest” van hof dat niet b.m. bevat. Raadsman heeft o.g.v. art. 4.3.6.3 Procesreglement HR verzocht om toezending van ‘s hofs arrest met (aanvulling op arrest met) b.m. Hof heeft aan HR bericht dat zo’n stuk niet is opgemaakt. O.g.v. art. 359.3 en 359.8 Sv moet uitspraak op straffe van nietigheid de b.m. bevatten die feiten en omstandigheden inhouden die redengevend zijn voor bewezenverklaring, dan wel (v.zv. art. 359.3 Sv dat toestaat) opgave van b.m. “Extract arrest” van hof voldoet niet aan dit vereiste en kan daarom niet in stand blijven. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
