Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handenPlace4Law

ECLI:NL:HR:2026:1154

Hoge Raad · 07-07-2026 · zaaknummer 25/00952

StrafrechtGepubliceerd 02-07-2026
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Doodslag door in 2020 in [plaats] in kantine van hun woning geweld op hoofd en hals van zijn partner toe te passen terwijl zij zwaar geïntoxiceerd is t.g.v. gebruik van GHB, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Toerekening van dood van slachtoffer aan verdachte. Causaal verband tussen gedragingen van verdachte en dood van slachtoffer? 2. Bewijsklacht opzet. 3. Bewijsklacht alternatief scenario. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2012:BT6362 m.b.t. causaal verband en het redelijkerwijs toerekenen van gevolg aan verdachte. Hof heeft overwogen dat o.a. deskundige heeft verklaard dat slachtoffer hoogstwaarschijnlijk is overleden a.g.v. samendrukkend toesnoerend geweld op hals terwijl zij zwaar geïntoxiceerd was, waarbij deskundige verder heeft verklaard (i) dat slachtoffer ook zou zijn overleden zonder GHB-intoxicatie, (ii) dat samendrukkende of toesnoerende krachtsinwerking op hals bij leven heeft plaatsgevonden en (iii) dat GHB op dat moment nog niet tot dood van slachtoffer had geleid. Hof heeft daarom aannemelijk geacht dat overlijden van slachtoffer met aanzienlijke mate van waarschijnlijkheid door het door verdachte gepleegde geweld is veroorzaakt en dat dit geweld daarmee kan worden aangemerkt als onmisbare schakel in gebeurtenissen die tot haar dood hebben geleid. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat dood van slachtoffer in redelijkheid aan verdachte kan worden toegerekend. In dat oordeel ligt besloten dat, ook als t.t.v. bewezenverklaarde gewelduitoefening aanwezige GHB-intoxicatie van slachtoffer heeft bijgedragen aan intreden van dood, die omstandigheid niet meebrengt dat dood van slachtoffer na uiteindelijk door verdachte gepleegd geweld niet meer in redelijkheid aan verdachte zou kunnen worden toegerekend. ’s Hofs oordeel getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het aan feitenrechter is om te beslissen wat hij van beschikbaar bewijsmateriaal betrouwbaar en bruikbaar vindt en aan welk bewijsmateriaal hij geen waarde toekent. Tegen die achtergrond doet aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel niet af dat enkele passages in rapporten of verklaringen ttz. van deskundige en andere deskundigen op zichzelf bezien ook andere gevolgtrekking zouden kunnen toelaten, en is van “denaturering” van verklaring van deskundige geen sprake. Daarbij is verder van belang dat het niet aan deskundige maar aan rechter is om uiteindelijke vaststellingen over causaal verband te doen en te oordelen of in geval als dit dood van slachtoffer aan verdachte kan worden toegerekend. Ad 2 en 3. HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. Volgt verwerping.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.