ECLI:NL:GHSHE:2026:2799
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 07-10-2026 · zaaknummer 20-001790-25
Inhoudsindicatie
Het hof stelt voorop dat voor de vraag of de verdachte opzettelijk drugs heeft vervoerd onder omstandigheden een gelijksoortige afweging dient plaats te vinden als ter zake van de bestendige jurisprudentie aangaande het aanwezig hebben van drugs. Op grond van die jurisprudentie is niet doorslaggevend aan wie de drugs toebehoren. Ook is niet vereist dat bij de verdachte sprake is van beschikkings- of beheersbevoegdheid ten aanzien van de drugs. Voor het tenlastegelegde opzettelijk vervoeren (en daarmee aanwezig hebben) van verdovende middelen is vereist dat deze zich a) in de machtssfeer van de verdachte bevinden, dat wil zeggen dat de verdachte feitelijke macht over de verdovende middelen kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. De verdovende middelen hoeven zich daarvoor niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. Daarnaast is vereist dat de verdachte b) wetenschap heeft van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Daarbij geldt dat ook de bewuste aanvaa
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
