ECLI:NL:GHDHA:2026:372
Gerechtshof Den Haag · 24-03-2026 · zaaknummer 200.352.505/01
Inhoudsindicatie
Hoger beroep van een kortgedingvonnis waarin de voorzieningenrechter bevoegdheid heeft aangenomen ondanks een tussen partijen overeengekomen arbitraal beding. Naar het oordeel van het hof heeft de voorzieningenrechter terecht bevoegdheid aangenomen, en in zoverre is het hof ook bevoegd. Appellante is in hoger beroep echter niet meer ontvankelijk in haar eis vanwege het (inmiddels) ontbreken van een spoedeisend belang. Bovendien is het opschortingsverweer van geïntimeerde summierlijk gegrond, mede vanwege het evidente restitutierisico aan de zijde van appellante. Voor zover in hoger beroep de eis is vermeerderd, acht het hof zich onbevoegd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
