ECLI:NL:GHDHA:2026:1960
Gerechtshof Den Haag · 09-06-2026 · zaaknummer 200.332.688/01
Inhoudsindicatie
Vordering tot vernietiging arbitraal vonnis. Onbevoegdheid scheidsgerecht. Bilateraal investeringsverdrag tussen de Russische Federatie (RF) en Oekraine (BIT 1998). Uitleg. Art 31 WVV. PrivatBank-, Everest- en Belbek-arresten hof. In arbitrageprocedure uhv het BIT 1998 hebben Oekrainse investeerders vergoeding gevorderd van schade geleden als gevolg van onteigening van hun investeringen na annexatie van de Krim door de RF. Het scheidsgerecht heeft zich bevoegd verklaard. De RF vordert vernietiging ogv het ontbreken van een geldige overeenkomst tot arbitrage abi art 1065 lid 1, aanhef en onder a, Rv, waartoe zij aanvoert dat ttv het verrichten van de investeringen de Krim Oekrains en niet Russisch grondgebied was en het BIT 1998 dus toepassing mist. Het hof oordeelt dat het beroep van Oekraine op het bepaalde in art 1052 lid 2 en 1065 lid 2 Rv (rechtsverwerking) faalt, dat het scheidsgerecht zich terecht bevoegd heeft verklaard en wijst de vernietigingsvordering af.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
