ECLI:NL:GHDHA:2021:1025
Gerechtshof Den Haag · 02-06-2021 · zaaknummer 200.276.089/01
Inhoudsindicatie
Rechtbank en hof gaan uit van het huwelijksvermogensrecht van de staat Texas. Naar het oordeel van de rechtbank en hof zijn er geen rechtens relevante gronden door de vrouw aangevoerd om van een verdeling bij helfte af te wijken naar het recht van de staat Texas. Met betrekking tot het formele bewijsrecht gaat het hof uit van het Nederlandse recht. De ongeveste aandelen moeten tussen partijen worden verdeeld op het tijdstip dat de aandelen worden gevest. Waardedaling en waardestijging in de periode van onverdeeldheid komen voor rekening en risico van beide partijen.
Advocaten
- P IN EERSTE AANLEG
- mr. C.L.M. Smeets
- mr. E.J. Kim-Meijer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
