ECLI:NL:GHAMS:2026:2768
Gerechtshof Amsterdam · 29-09-2026 · zaaknummer 200.335.709/01
Civiel rechtGepubliceerd 29-09-2026
Inhoudsindicatie
In deze zaak ligt voor of appellant moet worden aangemerkt als contractpartij (huurder van het pand) van geïntimeerde en als gevolg daarvan achterstallige huurpenningen en schadevergoeding moet betalen omdat in het gehuurde een wietplantage is aangetroffen. Het hof is van oordeel dat geïntimeerde onvoldoende heeft onderbouwd dat appellant als huurder moet worden aangemerkt en zal de vorderingen van geïntimeerde alsnog afwijzen.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
