ECLI:NL:GHAMS:2026:1031
Gerechtshof Amsterdam · 14-04-2026 · zaaknummer 200.347.907/01
Inhoudsindicatie
Bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW) en op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Doorstart van modeketens uit eerder faillissement, waarbij activa van passiva gescheiden worden gehouden. Opvolgend faillissement van personeelsvennootschappen. Schending van administratieverplichting. Wettelijk vermoeden onbehoorlijk bestuur als oorzaak van faillissement. Ook overigens kennelijk onbehoorlijk bestuur: niet tijdig middelen, nodig voor betaling van crediteuren, geïnd. Causaal verband: niet alleen lockdown wegens COVID 19-pandemie oorzaak van faillissementen. Op grond van artikel 2:11 BW zijn alle indirecte bestuurders medeaansprakelijk voor boedeltekort inclusief een Zwitserse bestuurdersvennootschap, maar niet de bestuurder/natuurlijk persoon daarvan. Deze is ook niet aansprakelijk op grond van feitelijk beleidsbepalerschap (artikel 2:248 lid 7 BW), maar wel voor schade op grond van onrechtmatige daad. Concernaansprakelijkheid. Persoonlijk ernstig verwijt aan bestuurder van (Zwitserse) moedermaatschappij ten aanzien van niet-nakoming door deze van bijzondere zorgplicht als bedoeld in Comsys-arrest.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
