ECLI:NL:GHAMS:2021:3559
Gerechtshof Amsterdam · 16-11-2021 · zaaknummer 200.273.938/01
Inhoudsindicatie
Voormalig kandidaat-notaris (appellante) is eind februari 2004 wegens twee jaar volledige arbeidsongeschiktheid ontslagen. Zij spreekt in de loop van 2013 de ex-werkgever en het pensioenfonds aan in verband met niet toegekende premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (PVA) en arbeidsongeschiktheidspensioenuitkering (AOP). Het pensioenfonds besluit uiteindelijk PVA en AOP te verlenen vanaf 1 januari 2009. Appellante vordert in 2018 in rechte van het pensioenfonds en de ex-werkgever PVA en AOP over de periode 2004-2009, met nevenvorderingen. Per wanneer eindigde de actieve deelneming van appellante en kon zij PVA en AOP aanvragen? Beroep van pensioenfonds op rechtsverwerking/het te laat aanvragen door appellante van PVA en AOP wordt naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar geacht. Rolverwijzing met betrekking tot de vraag op welke uitkeringen appellante aanspraak kan maken en welke belastingschade zij heeft geleden. Wettelijke verhoging, immateriële schadevergoeding en werkelijke proceskosten zijn niet toewijsbaar. Vorderingen tegen ex-werkgever ontberen deugdelijke grondslag. Wetsartikelen: art. 6:248 BW (niet met zoveel woorden in arrest genoemd), art. 7:611 BW; art. 7:625 BW; artikelen 1 en 5 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds (oud).
Rechters
Advocaten
- mr. A. Mazreku
- mr. B.S. Hagemann
- mr. M.K.A. van Slagmaat
- mr. S.H. Kuiper
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
