ECLI:NL:GHAMS:2019:1455
Gerechtshof Amsterdam · 23-04-2019 · zaaknummer 200.215.846/01
Inhoudsindicatie
OR adviseert in september 2008 positief over harmonisatie arbeidsvoorwaarden na voorgenomen juridische fusie binnen concernverband, waarbij in afwijking van 7:664 BW de verzekerde pensioenovereenkomst van de verdwijnende werkgever in stand zal blijven voor de werknemers die van rechtswege overgaan. Kort daarna, maar voor de fusiedatum, komt de nieuwe werkgever terug op zijn keuze en vraagt de OR aanvullend advies over het aanbieden van zijn bestaande door zijn ondernemingspensioenfonds uitgevoerde pensioenovereenkomst aan de overkomende werknemers. Gegeven de tijdsdruk die goed onderzoek onmogelijk maakt adviseert de OR positief, maar onder voorwaarde dat de gevolgen die de overgang heeft voor personeel op een later moment zullen worden onderzocht en geïnventariseerd en de verschillen later met ‘plussen en minnen’ zullen worden geregeld. Na langdurig overleg over gevolgen en eventuele compensatie van plussen en minnen vraagt de OR in 2012 ex artikel 36 WOR bemiddeling van de bedrijfscommissie. De bedrijfscommissie komt tot de conclusie dat sprake was van een instemmingsplichtig besluit volgens artikel 27, lid 1 onder a WOR. Het Hof Amsterdam heeft in 2014 in hoger beroep onder meer voor recht verklaard dat de besluitvorming over de gevolgen van de pensioenregeling nog niet is afgerond en dat de werkgever alsnog een (voorgenomen) besluit over de gevolgen van de aangeboden pensioenregeling en eventuele compensatie ter instemming aan de OR dient voor te leggen. Nadat de OR het in 2015 ter instemming voorgelegde voorgenomen besluit had afgewezen heeft de werkgever zijn voorgenomen besluit ingetrokken. Deze procedure gaat over de vraag of de werkgever daarmee in strijd handelt met de beschikking van het hof en alsnog een nieuw voorgenomen besluit moet nemen of alsnog vervangende instemming van de kantonrechter had moeten vragen om zijn voorgenomen besluit uit te voeren. De werkgever moet van het hof een (aangepast) voorgenomen besluit als eerder bedoeld door het hof in 2014 ter instemming aan de OR voorleggen waarbij ten opzichte van het ingetrokken voorgenomen besluit alsnog rekening wordt gehouden met de door de OR gestelde voorwaarden, dan wel daarvan gemotiveerd af te wijken, en gelast de werkgever om in het geval de OR ook dan niet instemt met dat voorgenomen besluit de kantonrechter te verzoeken om vervangende toestemming te verlenen. Alternatief kan de werkgever er voor kiezen om de kantonrechter direct te verzoeken om vervangende toestemming op het ingetrokken voorgenomen besluit van 2015 te verlenen. Relevante wetgeving Artikelen 662 t/m 665 Boek 7 BW, 25-1-a, 27-1-a, 36 WOR
Advocaten
- mr. J.D.A. Domela Nieuwenhuis
- mr. M. de Jong
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
