ECLI:NL:CRVB:2026:736
Centrale Raad van Beroep · 02-06-2026 · zaaknummer 24/2630 PW
Inhoudsindicatie
Intrekking en terugvordering van bijstand. Schending inlichtingenverplichting. Op geld waardeerbare werkzaamheden. Niet in geschil is dat appellant in juni 2022 zijn derde taxichauffeurskaart heeft aangevraagd en verkregen. Vast staat dat appellant toen al in het bezit was van een lijnbaanontheffing in de gemeente Amsterdam. Aan het verkrijgen en het verlengen van de taxichauffeurskaart en de lijnbaanontheffing zijn aanzienlijke kosten verbonden. Die kosten kunnen niet worden voldaan uit de bijstandsnorm en het is niet logisch om dergelijke kosten te maken indien daar geen werkzaamheden tegenover staan. Daarbij komt dat uit de in het dossier aanwezige bankafschriften blijkt dat appellant voornamelijk in of in de omgeving van Amsterdam voor grote bedragen pinbetalingen heeft gedaan bij tankstations en voor parkeren. In licht van alle onderzoeksbevindingen acht de Raad het aannemelijk dat appellant in de volledige te beoordelen periode op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
