ECLI:NL:CRVB:2026:1081
Centrale Raad van Beroep · 13-08-2026 · zaaknummer 25/1141 WAJONG
Inhoudsindicatie
Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht de Wajong-uitkering van appellant over de periode van 1 januari 2016 tot en met 30 november 2019 heeft herzien en een bedrag van € 37.310,52 aan onverschuldigd betaalde Wajong-uitkering heeft teruggevorderd en over de vraag of het Uwv terecht een boete van € 879,84 heeft opgelegd. De Raad komt tot het oordeel dat het Uwv de door appellant genoten inkomsten terecht op zijn Wajong-uitkering in mindering heeft gebracht en dat het Uwv terecht een boete heeft opgelegd. Van talmen van de kant van het Uwv is geen sprake waardoor er geen aanleiding is om op grond van een dringende reden geheel of gedeeltelijk van herziening of terugvordering af te zien.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
