ECLI:NL:CRVB:2022:1109
Centrale Raad van Beroep · 19-05-2022 · zaaknummer 20/4255 MAW
Inhoudsindicatie
Appellant heeft aangevoerd dat de staatssecretaris haar informatieplicht heeft geschonden door hem bij zijn bevordering op 10 juni 2002 niet te informeren over de gevolgen van zijn hogere salaris voor zijn pensioen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Er bestaat niet een algemene verplichting voor de werkgever om te waarschuwen voor het eventuele optreden van een pensioenknip bij een salarissprong.1 Ook in dit concrete geval bestond voor de staatssecretaris niet de verplichting om appellant hiervoor te waarschuwen. Uit het oordeel in 4.1.1 volgt dat de staatssecretaris niet onrechtmatig heeft gehandeld en dat zij dan ook niet aansprakelijk is voor de schade die appellant stelt te lijden. Dat appellant teleurgesteld is omdat zijn pensioen lager is dan hij had verwacht, valt op zichzelf te begrijpen, maar kan niet leiden tot een ander oordeel. Nu is vastgesteld dat de staatssecretaris niet aansprakelijk is voor de schade die appellant stelt te lijden, behoeven de beroepsgronden die op de aard en omvang van de beweerde schade betrekking hebben geen bespreking meer. Uit de overwegingen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
